Het is bijna anderhalf jaar na de Grote Schipbreuk, en de storm is gaan liggen. De grote golven van afwisselend euforie en in de put zitten zijn gepasseerd; er is een gemiddelde uitgekomen waar niet al te zwaar meer van afgeweken wordt. En ok, alle voorgaande miserie ten spijt mag het wel eens gezegd worden: dat gemiddelde, dat valt eigenlijk best wel mee.
Dat week-weeksysteem? Godsgeschenk. Horen mensen in een relatie niet graag, want het gezin met papa en mama is nu eenmaal de hoeksteen van de maatschappij, nietwaar? Maar toch, de focus ligt één week op Uk, met de spelletjes, puzzels, boekjes, kieteloorlogen en onlangs begonnen schoolcarrière. Dat betekent dus thuisblijven, en eens hij in bed zit een film opzetten of gewoon op de zetel kruipen met een goed boek. De andere week? The sky is the limit. Na het werk blijven plakken in een bar met een paar collega's, optredens gaan zien en na middernacht bezweet en lichamelijk kapot thuiskomen (of niét thuiskomen, want wat geeft het ook), duizend kilometer enkele richting rijden om iemand te bezoeken die je wil zien, just because. Het is niet de bedoeling om echtscheidingen te promoten hier, maar voor wie er sowieso doorgaat: courage, het wordt écht wel beter.
Op amoureus vlak is het ook rustiger geworden. Het "ik moet dringend iemand vinden of ik ga eenzaam sterven" kantje is er afgesleten dus da's een pak relaxer in de omgang. De met superlatieven aangeprezen datingsite waar ik vorig jaar ook maar eens had op ingetekend, om daarna met eigen ogen te kunnen zien dat het daar evengoed armoe troef en het zijn geld niet waard is (maar dan heb je natuurlijk al betaald), is intussen ook allang uit de bookmarks verdwenen, en staat mentaal geklasseerd tussen de andere stommiteiten die je als student verplicht eens moet doormaken "om het gedaan te hebben". Er zijn sindsdien een aantal contacten geweest, vele vluchtig, sommige van iets langere duur, een enkeling met toekomstpotentieel. Nog altijd single? Jazeker, maar niet alleen in de woestijn. Er zit geen druk achter, we zien wel.
Oké, ik heb geen vaste grond onder de voeten, maar weet je wat? Ik kan gerust zonder, voorlopig. Verzuipen zit er niet meer in, ik blijf wel wat ronddobberen: soms met de stroom mee, soms ertegen, al naargelang de dag. En als ik op iemand bots die een eindje op dezelfde stroming meedrijft, dan is dat mooi meegenomen.